Overslaan en naar de inhoud gaan

Leiderschap in het onderwijs: richting geven begint bij jezelf

Voor afdelingsleiders, teamleiders, schoolleiders, rectoren en andere onderwijsprofessionals die met meer overzicht, rust en richting willen leidinggeven.

Je hebt ideeën over goed onderwijs. Je ziet waar het beter kan. Je wilt dat docenten hun vakmanschap benutten, dat teams samenwerken en dat leerlingen en studenten zich ontwikkelen.

En ondertussen staat je agenda vol.

Een docent wil overleggen over een lastige klas. Een ouder is ontevreden. Een team wacht op een besluit. En ergens tussendoor moet je ook nog nadenken over de onderwijsontwikkeling waar je eigenlijk mee bezig wilde zijn. Aan het einde van de dag heb je veel gedaan.

Maar heb je ook leidinggegeven aan wat je belangrijk vindt?

Dat is een vraag die voor veel onderwijsleiders herkenbaar zal zijn. Want leidinggeven in het onderwijs is een bijzonder vak. Je werkt met professionals die zelf veel weten en kunnen. Je hebt te maken met uiteenlopende belangen, verwachtingen en verantwoordelijkheden. En je probeert richting te geven aan ontwikkelingen waarvan de resultaten niet altijd meteen zichtbaar zijn.

Hoe zorg je dan dat je niet alleen bezig bent met wat vandaag aandacht vraagt, maar ook met wat morgen belangrijk is?

En hoe geef je leiding aan anderen zonder voortdurend alles zelf te moeten oplossen?

Voor mij begint dat bij persoonlijk leiderschap. Jouw manier van kijken, kiezen en handelen heeft namelijk veel invloed op wat er in je school of team gebeurt.

1. Wat is goed leiderschap in het onderwijs?

Goed leiderschap in het onderwijs gaat verder dan organiseren, besluiten nemen en zorgen dat alles blijft draaien. Natuurlijk zijn dat belangrijke onderdelen van het werk. Maar als onderwijsleider heb je ook een andere opdracht: bijdragen aan een omgeving waarin professionals hun werk goed kunnen doen, samen leren en verantwoordelijkheid nemen voor de ontwikkeling van leerlingen en studenten.

Dat vraagt om inhoudelijke richting én aandacht voor mensen.

Je moet weten waar je met het onderwijs naartoe wilt. Maar ook begrijpen wat er gebeurt wanneer mensen verschillende ideeën hebben over de weg daarheen. Je moet soms duidelijke besluiten nemen. Maar ook ruimte geven aan de deskundigheid van docenten. Je wilt ontwikkeling stimuleren. Maar je weet dat verandering niet ontstaat doordat jij een plan presenteert.

Goed leiderschap vraagt daarom steeds opnieuw om afwegen.

Wanneer stuur je? Wanneer geef je ruimte? Wanneer grijp je in? Wanneer stel je juist een vraag?

En misschien nog wel belangrijker: waarom kies je op dat moment voor die aanpak?

Leiderschap is meer dan een stijl

Er wordt veel geschreven over leiderschapsstijlen. Coachend leiderschap. Onderwijskundig leiderschap. Gespreid leiderschap. Transformationeel leiderschap. Situationeel leiderschap. Die begrippen kunnen helpen om naar leiderschap te kijken.

In de dagelijkse praktijk kom je zelden situaties tegen waarin één stijl altijd de juiste is.

Een beginnende docent die onzeker is over zijn klassenmanagement heeft misschien behoefte aan duidelijke ondersteuning. Een ervaren sectie die een nieuwe aanpak ontwikkelt, heeft wellicht vooral ruimte en vertrouwen nodig. En bij een ingewikkeld besluit over de organisatie van het onderwijs kun je niet eindeloos blijven vragen wat iedereen ervan vindt. De kunst is om te herkennen wat een situatie vraagt. En om je eigen voorkeursreactie niet automatisch als de beste reactie te beschouwen.

2. Persoonlijk leiderschap: welke overtuigingen sturen jouw gedrag?

Stel dat je merkt dat docenten in je afdeling weinig initiatief nemen. Je hebt al meerdere keren aangegeven dat je wilt dat zij meer eigenaarschap tonen. Toch komen vragen en problemen steeds bij jou terecht. Je kunt dan concluderen dat medewerkers onvoldoende verantwoordelijkheid nemen. Maar je kunt ook een andere vraag stellen:

Wat doe ik zelf waardoor dit patroon blijft bestaan?

Misschien geef je snel een oplossing wanneer iemand met een probleem komt. Misschien vind je het lastig wanneer collega’s andere keuzes maken dan jij zou maken. Of misschien ben je bang dat iets misloopt wanneer je niet zelf de regie houdt.

Dat zijn begrijpelijke reacties.

Zeker wanneer je je verantwoordelijk voelt voor de kwaliteit van het onderwijs. Maar wat is het effect?

Als jij steeds de oplossing geeft, leren anderen misschien vooral dat ze met hun problemen bij jou moeten zijn. Zo kan gedrag dat bedoeld is om te helpen onbedoeld een patroon in stand houden dat je juist wilt veranderen.

Van automatische reactie naar bewuste keuze

Iedereen heeft overtuigingen over goed leiderschap. Zoals: 

  • Een goede leider moet altijd beschikbaar zijn.
  • Een goede leider moet duidelijk zijn.
  • Een goede leider moet draagvlak creëren.
  • Een goede leider moet problemen oplossen.

Weet jij welke overtuigingen jij hebt over leiderschap? En waar ze vandaan komen? Het zijn overtuigingen die je kunnen helpen. Maar het kan ook goed zijn ze eens tegen het licht te houden. 

Want moet je werkelijk altijd beschikbaar zijn?

Moet je ieder probleem oplossen?

En betekent duidelijk leidinggeven dat jij steeds degene bent die het antwoord geeft?

Persoonlijk leiderschap begint met nieuwsgierig worden naar je eigen gedrag.

Wat doe je? Waarom doe je dat? Wat probeer je te bereiken? En welk effect heeft het op anderen?

3. Leidinggeven aan professionals: sturen zonder alles over te nemen

Docenten zijn professionals.

Ze beschikken over vakkennis, ervaring en ideeën over goed onderwijs. Dat betekent niet dat iedereen altijd hetzelfde denkt of dat samenwerking vanzelf gaat. Juist in het onderwijs kunnen opvattingen stevig verschillen. Over toetsing, motivatie, pedagogisch handelen, onderwijsvernieuwing of de ruimte die leerlingen moeten krijgen.

Als leidinggevende heb je de opdracht om die professionele ruimte serieus te nemen én richting te geven. Dat vraagt iets anders dan alles loslaten.

Autonomie is niet hetzelfde als vrijblijvendheid

Soms lijkt het alsof je als leider moet kiezen. Of je geeft medewerkers autonomie en laat hen zoveel mogelijk zelf bepalen. Of je stuurt duidelijk en neemt de regie. Maar dat is een schijntegenstelling.

Professionele autonomie kan prima samengaan met heldere kaders, gezamenlijke doelen en afspraken waar mensen elkaar op mogen aanspreken.

Sterker nog: zonder richting en duidelijkheid kan autonomie gemakkelijk veranderen in vrijblijvendheid. De interessante vraag is daarom niet hoeveel controle je moet houden.

De vraag is:

Waarover moeten we samen duidelijkheid hebben, en waar kunnen professionals zelf keuzes maken?

Dat gesprek vraagt inhoudelijke kennis van onderwijs. Want als je niet weet wat je met elkaar wilt bereiken voor leerlingen, wordt het lastig om te bepalen welke ruimte en afspraken daarbij passen.

Eigenaarschap kun je niet uitdelen

‘Ik wil dat mijn team meer eigenaarschap neemt.’

Het is een wens die veel leidinggevenden zullen herkennen. Maar eigenaarschap ontstaat niet doordat je het op de agenda zet of medewerkers vertelt dat ze meer verantwoordelijkheid moeten nemen. Het vraagt dat mensen daadwerkelijk invloed kunnen uitoefenen, begrijpen waar ze samen aan werken en weten waarvoor ze verantwoordelijk zijn.

En het vraagt iets van jou als leider.

Durf je ruimte te geven?

Kun je verdragen dat anderen soms een andere route kiezen?

En ben je duidelijk over wat niet vrijblijvend is?

Dat is niet altijd eenvoudig. Maar precies daar begint vaak de ontwikkeling.

4. Van individuele docenten naar een sterk onderwijsteam

Een school kan veel goede docenten hebben en toch moeite hebben om als team gezamenlijk het verschil te maken. Iedereen doet zijn best. Iedereen heeft ideeën.

Maar worden die ideeën ook met elkaar verbonden? en hoe zorg je dat ze ook vorm krijgen? Leren docenten van elkaars aanpak?

Durven ze samen te onderzoeken waarom leerlingen ergens op vastlopen? En voelen ze zich gezamenlijk verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs?

Dat vraagt om meer dan een prettige sfeer.

Collective Teacher Efficacy: samen geloven dat je verschil kunt maken

Een belangrijk begrip hierbij is Collective Teacher Efficacy. Daarmee wordt het gedeelde vertrouwen bedoeld dat docenten door hun gezamenlijke handelen invloed kunnen uitoefenen op het leren van leerlingen. Het gaat dus niet alleen om de overtuiging dat je zelf een goede docent bent. Het gaat om het vertrouwen dat je als team samen iets kunt bereiken.

Dat vraagt om professionele samenwerking. Om gezamenlijke doelen, het delen van kennis, het onderzoeken van resultaten en het durven bespreken van verschillen.

Als schoolleider kun je daar veel invloed op hebben.

Niet door voortdurend te vertellen hoe docenten moeten samenwerken, maar door omstandigheden te creëren waarin die samenwerking betekenisvol wordt.

Maak ruimte voor coulissentijd

Docenten brengen een groot deel van hun tijd door in de klas. Daar gebeurt het werk waarvoor ze zijn opgeleid. Maar om dat werk samen te verbeteren, is ook tijd achter de schermen nodig.

Coulissentijd.

Tijd om met elkaar te onderzoeken wat werkt, waar leerlingen tegenaan lopen en welke keuzes je samen wilt maken. Die tijd ontstaat niet vanzelf. Zeker niet wanneer overleggen vooral gevuld zijn met praktische mededelingen, roosters en organisatorische zaken. Als leider kun je helpen om de professionele dialoog centraal te zetten. Niet door er nog een overleg bij te organiseren.

Maar door kritisch te kijken waar de beschikbare tijd werkelijk aan wordt besteed.

De vraag is niet alleen of je team samenwerkt, maar vooral waaraan het samen werkt.

5. Onderwijsontwikkeling: van visie naar daadwerkelijk ander handelen

Je kunt als rector, schoolleider of afdelingsleider een heldere visie hebben op de toekomst van je school. Misschien wil je meer aandacht voor motivatie. Misschien wil je dat leerlingen zelfstandiger leren werken. Of je wilt dat secties meer gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor het curriculum. Je presenteert je plannen. Collega’s denken mee. Er ontstaan werkgroepen en er worden afspraken gemaakt.

En toch merk je na verloop van tijd dat er in de dagelijkse praktijk minder verandert dan je had gehoopt.

Hoe kan dat?

Een goed plan is nog geen verandering

Onderwijsontwikkeling vraagt meer dan een inhoudelijk goed verhaal. Het vraagt dat mensen begrijpen waarom iets belangrijk is, invloed kunnen uitoefenen op de uitwerking en bereid zijn om hun eigen handelen te onderzoeken.

En dat laatste is misschien wel het moeilijkste.

Want veranderen betekent soms dat je iets moet loslaten wat jarenlang goed heeft gewerkt. Of dat je ontdekt dat jouw overtuiging over goed onderwijs niet door iedereen wordt gedeeld. 

Als leider heb je dan de neiging om uit te leggen waarom de verandering noodzakelijk is. Nog een keer de visie toelichten. Nog een keer de doelen benoemen.

Maar meestal vraagt de situatie niet om meer uitleg. Het vraagt vaak om een ander soort gesprek. 

Draagvlak is niet hetzelfde als eigenaarschap

Medewerkers kunnen het eens zijn met de richting die je voorstelt, zonder zich verantwoordelijk te voelen voor de uitvoering. Dat is het verschil tussen draagvlak en eigenaarschap. Draagvlak betekent dat mensen een ontwikkeling steunen of accepteren.

Eigenaarschap vraagt ook betrokkenheid bij de keuzes, verantwoordelijkheid voor het handelen en daadwerkelijke invloed op de uitwerking.

Daarom is het belangrijk om niet alleen te vragen of mensen achter een plan staan. 

Vraag ook:

Wat betekent dit voor jullie dagelijkse praktijk?

Welke keuzes kun je zelf maken?

Wat heb je nodig om hiermee aan de slag te gaan?

En hoe gaan we samen onderzoeken of onze aanpak werkt?

Dat zijn vragen die helpen om onderwijsontwikkeling van papier naar de praktijk te brengen.  

6. Lastige gesprekken en weerstand: wat gebeurt er tussen mensen?

Je kunt als leidinggevende veel tijd kwijt zijn aan gesprekken die je eigenlijk liever niet voert. Een docent die afspraken niet nakomt. Een team dat zich verzet tegen een verandering. Een collega die zich niet gehoord voelt. Of een medewerker die steeds opnieuw dezelfde problemen bij je neerlegt.

In zulke situaties is het verleidelijk om vooral naar het gedrag van de ander te kijken.

Waarom werkt die collega niet mee?

Waarom neemt dat team geen verantwoordelijkheid?

Waarom blijft iemand steeds in dezelfde weerstand hangen?

Maar gedrag ontstaat niet los van de omgeving. Wat gebeurt er in de interactie? Hoe reageer jij op de ander? En welk effect heeft dat vervolgens?

Weerstand is niet altijd iets wat je moet wegnemen

Wanneer medewerkers weerstand laten zien, kan dat ongemakkelijk zijn. Zeker wanneer je veel tijd en energie hebt gestoken in een plan. Maar weerstand bevat waardevolle informatie. Het gaat over zorgen die nog niet zijn uitgesproken. Over de bedoeling die niet helder genoeg is. Over aspecten die je nog niet hebt meegenomen. Over het kind in het badwater. 

Dat betekent niet dat iedere zorg automatisch moet leiden tot een ander besluit. Maar het betekent wel dat nieuwsgierigheid soms effectiever is dan overtuigen. Wat probeert iemand duidelijk te maken? En wat gebeurt er als je daar werkelijk naar luistert?

Duidelijkheid en verbinding kunnen prima samengaan

Een goed gesprek betekent niet dat iedereen het eens moet worden. Soms moet je als leidinggevende een grens stellen of een besluit nemen dat niet iedereen prettig vindt. Dat hoort bij je verantwoordelijkheid.

Maar de manier waarom je dat doet bepaalt alles. 

Kun je duidelijk zijn zonder de relatie uit het oog te verliezen? Kun je echt luisteren zonder je besluit meteen ter discussie te stellen? En kun je iemand aanspreken op professioneel gedrag zonder de persoon af te wijzen?

Ook hier helpt het om je eigen overtuigingen en automatische reacties te herkennen. 

7. Overzicht, rust en richting in een complexe schoolorganisatie

Als schoolleider ben je vaak met veel dingen tegelijk bezig. Je schakelt tussen onderwijsinhoud, personeel, ouders, leerlingen, organisatie en beleid. Je probeert aandacht te geven aan de mensen die dat nodig hebben, terwijl je ook besluiten moet nemen en ontwikkelingen voorbereidt. Dat kan ervoor zorgen dat je voortdurend reageert op wat er gebeurt.

De waan van de dag bepaalt je agenda.

En voor je het weet is er nauwelijks ruimte om stil te staan bij de vraag waar je eigenlijk naartoe wilt.

Niet alles wat aandacht vraagt, verdient dezelfde aandacht

Leiderschap vraagt daarom ook om het maken van keuzes. Wat is nu werkelijk belangrijk? Welke problemen vragen echt om jouw betrokkenheid? Welke vragen kunnen anderen zelf oplossen?

En welke ontwikkelingen verdienen tijd, ook wanneer ze niet urgent lijken? Dat klinkt eenvoudig. Maar in de praktijk is het lastig om ruimte te maken voor wat belangrijk is wanneer er steeds iets anders tussendoor komt.

Afstand nemen helpt dan. Rust, ruimte, een ander perspectief. Om opnieuw overzicht te krijgen, je gedachten te ordenen en te bepalen welke richting je op wilt. Niet dat je dan alles meteen onder controle krijgt.  Maar het helpt je wel om bewuster te kiezen waar je je aandacht en invloed op richt.

8. Ook docenten geven leiding

Leiderschap is niet uitsluitend voorbehouden aan mensen met een leidinggevende functie. Ook als docent geef je dagelijks richting. Aan het leren van leerlingen. Aan de sfeer in je klas. Aan de samenwerking met collega’s. En aan de keuzes die je maakt wanneer iets niet loopt zoals je had verwacht.

Daarbij spelen dezelfde vragen.

Welke overtuigingen sturen mijn gedrag? Wanneer neem ik te veel verantwoordelijkheid over? Hoe geef ik leerlingen ruimte zonder de structuur te verliezen?

En hoe reageer ik wanneer iemand iets anders doet dan ik had gehoopt? Persoonlijk leiderschap helpt ook docenten om hun eigen invloed beter te begrijpen. Dat betekent niet dat een docent dezelfde verantwoordelijkheden heeft als een rector of afdelingsleider. Maar wel dat iedereen in het onderwijs invloed heeft op wat er gebeurt. 

9. Hoe kan ik je begeleiden bij leiderschapsvragen?

In mijn werk combineer ik coaching, onderwijsinhoudelijke expertise en strategisch meedenken. Dat betekent dat we niet alleen kijken naar wat je als leidinggevende anders zou kunnen doen. We onderzoeken ook wat er in jouw school, afdeling of team gebeurt.

Welke patronen zie je?

Welke overtuigingen spelen een rol?

Wat vraagt de inhoudelijke onderwijsontwikkeling?

En wat betekent dat voor jouw handelen als leider?

Afhankelijk van je vraag kan de begeleiding verschillende vormen krijgen. 

Zo ga ik graag wandelen met leiders. De fysieke afstand van de school, het bewegen en al lopend praten vind ik heerlijk werken. Natuurlijk kunnen we ook gewoon in gesprek gaan aan tafel. Ik kan met je mee kijken in een overleg. Of we kunnen samen hands-on met een project aan de slag, zodat het doen en reflecteren hand in hand gaan. 

Individuele coaching voor onderwijsleiders

Voor afdelingsleiders, teamleiders, schoolleiders, rectoren en bestuurders die willen reflecteren op hun leiderschap, hun eigen patronen beter willen begrijpen of voor belangrijke keuzes staan.

Strategisch sparren en onderwijsadvies

Voor leidinggevenden die behoefte hebben aan een kritische gesprekspartner bij complexe onderwijs- of organisatievraagstukken.

We ordenen de situatie, onderzoeken mogelijkheden en maken keuzes concreet.

Teamcoaching en begeleiding van schoolleidingsteams

Wanneer vraagstukken niet alleen bij één persoon liggen, maar samenhangen met de samenwerking, verwachtingen en interactie binnen een team.

Daarbij kijken we zowel naar wat mensen met elkaar willen bereiken als naar wat er tussen hen gebeurt.

Begeleiding van onderwijsontwikkeling

Wanneer je als schoolleiding richting wilt geven aan verandering en zoekt naar een aanpak die inhoudelijk sterk is én recht doet aan de mensen die ermee aan de slag gaan.

Mijn rol kan daarbij coachend, adviserend of procesbegeleidend zijn. Een combinatie werkt vaak ook goed. Wat passend is, hangt af van de vraag en jouw voorkeur. 

Veelgestelde vragen over leiderschap in het onderwijs

Wat is het verschil tussen persoonlijk leiderschap en onderwijskundig leiderschap?

Persoonlijk leiderschap gaat over hoe je je eigen overtuigingen, keuzes en gedrag herkent en bewust richting geeft aan je handelen.

Onderwijskundig leiderschap richt zich op het bevorderen van goed onderwijs en het leren van leerlingen.

In de praktijk zijn ze nauw verbonden: de manier waarop jij als leider handelt, beïnvloedt hoe je richting geeft aan onderwijsontwikkeling.

Hoe geef je docenten meer eigenaarschap?

Door helder te zijn over gezamenlijke doelen en verantwoordelijkheden, ruimte te geven voor professionele keuzes en te onderzoeken of je als leidinggevende onbedoeld te veel overneemt. Eigenaarschap vraagt niet alleen vertrouwen, maar ook daadwerkelijke invloed en duidelijke afspraken.

Hoe ga je als schoolleider om met weerstand?

Door eerst te onderzoeken wat er achter de weerstand zit. Welke zorgen, ervaringen of overtuigingen spelen mee? Dat betekent niet dat je ieder bezwaar hoeft over te nemen, maar wel dat je beter kunt bepalen welke reactie passend is.

Hoe versterk je de samenwerking in een docententeam?

Door te werken aan gezamenlijke doelen, professionele gesprekken, onderling vertrouwen en de ruimte om samen te leren. Collective Teacher Efficacy is daarbij een belangrijk perspectief: het gedeelde vertrouwen dat docenten samen invloed hebben op het leren van leerlingen.

Wanneer is coaching voor een onderwijsleider zinvol?

Wanneer je behoefte hebt aan reflectie op je eigen handelen, vastloopt in terugkerende patronen, voor ingewikkelde keuzes staat of met meer overzicht, rust en richting leiding wilt geven.

Ook wanneer er geen direct probleem is, kan coaching helpen om je leiderschap verder te ontwikkelen.

Leiderschap begint niet met alle antwoorden hebben

Als onderwijsleider hoef je niet overal een oplossing voor te hebben.

Je hoeft ook niet altijd precies te weten wat de juiste volgende stap is.

Maar je hebt wel de verantwoordelijkheid om richting te geven, keuzes te maken en een omgeving te creëren waarin anderen hun vakmanschap kunnen benutten.

Dat vraagt om kennis van onderwijs.

Om aandacht voor mensen.

En om de bereidheid om ook je eigen handelen kritisch te onderzoeken.

Want soms zit de beweging die je zoekt niet in een nieuw plan, een extra overleg of een andere afspraak.

Soms begint die bij een andere vraag.

Wat doe ik zelf, welk effect heeft dat en wat zou ik ook kunnen doen?

Samen kijken naar jouw leiderschapsvraag?

Ben je afdelingsleider, teamleider, schoolleider, rector of bestuurder en wil je met meer overzicht, rust en richting leidinggeven?

Of zoek je een sparringpartner bij een ingewikkeld vraagstuk rond leiderschap, samenwerking of onderwijsontwikkeling?

Neem contact met me op.

Dan onderzoeken we samen wat er speelt en welke vorm van begeleiding daarbij past.