Leerlingen motiveren: wat werkt écht in het onderwijs?
‘Ze zijn niet meer te motiveren.’ ‘Ze willen alleen maar op hun telefoon.’ ‘Als het niet voor een cijfer is, doen ze niks.’
Herkenbare uitspraken in menig docentenkamer. Misschien herken je ook de frustratie die erachter zit. Je bereidt een mooie les voor, probeert leerlingen enthousiast te maken en zet allerlei werkvormen in. Maar een deel van de klas lijkt nauwelijks geïnteresseerd. Hoe krijg je die leerlingen aan het werk?
Het goede nieuws: je hebt als docent meer invloed op de motivatie van leerlingen dan je misschien denkt. Niet door voortdurend je best te doen om leren leuk te maken. En ook niet door leerlingen steeds meer vrijheid te geven.
Motiverend onderwijs begint met begrijpen hoe motivatie werkt. En met het besef dat motivatie niet altijd het startpunt van leren is. Soms is het juist het resultaat.
- Wat is motiverend onderwijs?
- Waarom is motivatie zo belangrijk?
- 1. Ongemotiveerde leerlingen: waar begin je?
- 2. Intrinsieke en extrinsieke motivatie: wat werkt écht?
- 3. Motivatie volgt vaak op actie
- 4. Autonomie én structuur: hoe vind je de juiste balans?
- 5. Hoeveel invloed heeft een docent op motivatie?
- 6. Verschillende leerlingen, verschillende motivatiestijlen
- Wat kun je morgen al doen om leerlingen te motiveren?
- Motiverend onderwijs begint ook bij gemotiveerde docenten
Wat is motiverend onderwijs?
Motiverend onderwijs is onderwijs dat leerlingen helpt om aan het leren te gaan, betrokken te blijven en vertrouwen te krijgen in hun eigen mogelijkheden.
Daarvoor hoef je niet iedere les spectaculair te maken. En je hoeft ook niet te zorgen dat alle leerlingen voortdurend enthousiast zijn.
Motivatie is namelijk geen vaste eigenschap die een leerling wel of niet heeft. Motivatie ontstaat in de wisselwerking tussen de leerling, de taak, de docent en de omgeving.
Een leerling die bij wiskunde nauwelijks aan het werk gaat, kan tijdens een praktijkopdracht voor maatschappijleer vol energie zijn. Een leerling die zegt nergens zin in te hebben, kan ineens enthousiast worden als iets wel lukt.
Motivatie is veranderlijk, situationeel en persoonlijk. En dat biedt kansen.
Als docent kun je veel invloed uitoefenen op de omstandigheden waarin leerlingen leren. Bijvoorbeeld door duidelijke verwachtingen te stellen, succeservaringen mogelijk te maken, belangstelling te tonen en leerlingen te helpen om de eerste stap te zetten.
Waarom is motivatie zo belangrijk?
Gemotiveerde leerlingen beginnen gemakkelijker aan een taak, houden langer vol en zijn vaker actief betrokken bij hun leerproces.
Maar motivatie is niet alleen belangrijk voor leerprestaties. Motivatie heeft ook invloed op hoe leerlingen zichzelf zien. Een leerling die regelmatig ervaart dat iets lukt, krijgt meer vertrouwen in zijn eigen kunnen. En wie vertrouwen heeft, durft eerder een nieuwe uitdaging aan.
Het werkt ook andersom. Leerlingen die steeds vastlopen, kunnen gaan denken dat ze iets toch niet kunnen. Ze stellen taken uit, haken af of doen alsof het ze niet interesseert.
Dat gedrag zien we soms als een gebrek aan motivatie bij de leerling. Terwijl er vaak onzekerheid, faalangst, onduidelijkheid of een gebrek aan succeservaringen achter zit.
Wie leerlingen wil motiveren, doet er daarom goed aan verder te kijken dan hun zichtbare gedrag.
1. Ongemotiveerde leerlingen: waar begin je?
Wat doe je met een leerling die zijn boek niet openslaat, niet begint aan een opdracht of zegt dat school hem niets interesseert?
De eerste neiging is vaak om harder te gaan trekken. Nog eens uitleggen waarom de opdracht belangrijk is. De leerling aanspreken op zijn verantwoordelijkheid. Of proberen de les aantrekkelijker te maken.
Maar voordat je een oplossing kiest, is het verstandig om te onderzoeken waarom leerlingen niet in beweging komen.
Begrijpen ze wat de bedoeling is? Denken ze dat ze de opdracht kunnen uitvoeren? Zien ze het nut ervan? Voelen ze zich op hun gemak in de klas? Of weten ze simpelweg niet hoe ze moeten beginnen?
Achter hetzelfde gedrag kunnen heel verschillende oorzaken zitten. En die vragen om verschillende reacties.
Soms is beginnen al genoeg om motivatie op gang te brengen.
Maak de eerste stap zo klein en duidelijk mogelijk. Niet: ‘Ga aan je opdracht werken’, maar bijvoorbeeld: ‘Lees eerst de vraag en onderstreep de twee belangrijkste woorden. Je krijgt hier twee minuten voor.’
2. Intrinsieke en extrinsieke motivatie: wat werkt écht?
Veel docenten hebben geleerd dat intrinsieke motivatie het ideaal is. Leerlingen zouden vooral moeten leren omdat ze nieuwsgierig zijn, plezier hebben in de stof of zichzelf willen ontwikkelen.
Dat klinkt aantrekkelijk. Maar is het ook realistisch?
Niet alles wat leerlingen moeten leren, is direct interessant of leuk. Dat geldt trouwens ook voor volwassenen. We doen dagelijks dingen waar we niet vanzelf zin in hebben, maar die we wel belangrijk, nuttig of noodzakelijk vinden.
Daar is niets mis mee.
Extrinsieke motivatie heeft vaak een slechte naam. We denken dan al snel aan cijfers, beloningen en straffen. Maar extrinsieke motivatie is veel breder. Een leerling kan ook leren omdat hij een diploma wil halen, een beroep ambieert of begrijpt waarom bepaalde kennis belangrijk is.
Het verschil tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie is daarom minder zwart-wit dan vaak wordt gedacht.
Ook cijfers, verwachtingen en duidelijke afspraken kunnen een functie hebben. Het gaat erom hoe je ze inzet en wat ze bij leerlingen oproepen.
Vraag je niet alleen af hoe je een opdracht leuker kunt maken, maar vooral ook hoe je leerlingen kunt helpen begrijpen waarom die opdracht voor hen, nu, de moeite waard is.
3. Motivatie volgt vaak op actie
‘Als ze maar gemotiveerd waren, zouden ze wel aan het werk gaan.’
Het klinkt logisch. Eerst moet je ergens zin in hebben, daarna kom je in beweging.
Maar zo werkt het lang niet altijd.
Denk maar aan sporten. Soms heb je totaal geen zin om te gaan. Maar eenmaal begonnen, krijg je er plezier in. Je voelt je fitter, merkt dat het lukt en bent achteraf blij dat je toch bent gegaan.
Bij leren werkt het vaak net zo.
Een leerling hoeft niet altijd eerst gemotiveerd te zijn om te beginnen. Juist door te beginnen, iets te begrijpen of succes te ervaren, kan de motivatie groeien.
Daarom is het belangrijk dat docenten leerlingen helpen om in actie te komen. Niet door eindeloos te overtuigen, maar door helderheid te bieden, drempels te verlagen en succeservaringen mogelijk te maken.
Motivatie is niet alleen een voorwaarde voor leren. Het werkt vaak andersom.
Zorg voor een duidelijke start, geef een haalbare eerste opdracht en laat leerlingen ervaren dat ze vooruitkomen. Het geeft niet dat ze geen zin hebben. Dat kun je even erkennen, maar geef er verder weinig aandacht aan.
4. Autonomie én structuur: hoe vind je de juiste balans?
Leerlingen hebben behoefte aan autonomie. Ze willen ervaren dat ze invloed hebben op wat ze doen en hoe ze leren.
Daarom krijgen leerlingen op veel scholen steeds meer keuzes. Ze mogen bepalen waar ze werken, wanneer ze een opdracht maken of op welke manier ze de leerstof verwerken.
Maar meer keuze leidt niet automatisch tot meer motivatie.
Sommige leerlingen raken juist het overzicht kwijt. Ze weten niet waar ze moeten beginnen, stellen hun werk uit of kiezen vooral wat op dat moment het gemakkelijkst lijkt.
Autonomie betekent niet dat je leerlingen aan hun lot overlaat. En structuur betekent niet dat je alles voor ze bepaalt.
Juist de combinatie is belangrijk.
Leerlingen hebben duidelijke doelen, verwachtingen en begeleiding nodig. Binnen die kaders kun je ruimte bieden voor eigen keuzes, initiatief en verantwoordelijkheid.
Vrijheid werkt beter als leerlingen weten waar ze aan toe zijn.
Geef leerlingen keuzevrijheid waar die iets toevoegt, maar maak de leerdoelen en verwachtingen helder. Bijvoorbeeld: iedereen oefent dezelfde vaardigheid, maar leerlingen kiezen uit twee manieren om dat te doen.
5. Hoeveel invloed heeft een docent op motivatie?
Misschien wel meer dan je denkt. Maar niet op alles.
Je kunt niet bepalen wat een leerling thuis meemaakt, welke interesses hij heeft of hoe hij zich die ochtend voelt. Je kunt ook niet afdwingen dat iedere leerling enthousiast wordt over jouw vak.
Wat je wel kunt doen, is omstandigheden scheppen waarin motivatie meer kans krijgt.
De relatie tussen docent en leerling speelt daarin een belangrijke rol. Leerlingen willen gezien worden. Ze willen merken dat hun docent vertrouwen in hen heeft, duidelijke verwachtingen stelt en hen helpt als het moeilijk wordt.
Ook de manier waarop je feedback geeft, opdrachten opbouwt en omgaat met fouten maakt verschil.
Een docent die hoge verwachtingen combineert met steun, geeft een andere boodschap af dan een docent die vooral controleert of leerlingen hun werk doen.
En een leerling die merkt dat zijn inzet verschil maakt, zal eerder geneigd zijn om door te zetten.
Motiverend lesgeven betekent niet dat je verantwoordelijk bent voor de motivatie van iedere leerling. Het betekent dat je bewust gebruikmaakt van de invloed die je hebt.
Kijk eens naar een leerling die weinig motivatie laat zien. Welke boodschap krijgt deze leerling van jou over zijn mogelijkheden? En wat zou je kunnen doen om zijn vertrouwen te versterken?
6. Verschillende docenten, verschillende manieren van motiveren
Waarom werkt een duidelijke deadline bij de ene leerling uitstekend, terwijl een andere leerling er juist van blokkeert?
Waarom wordt de ene leerling enthousiast van een uitdaging, terwijl een andere vooral behoefte heeft aan bevestiging en veiligheid?
Leerlingen verschillen in wat hen in beweging brengt. en docenten verschillen in hun voorkeursmanieren om dat te doen.
De één wil graag goede cijfers halen. De ander wil vooral ergens bij horen. Sommige leerlingen worden enthousiast van nieuwe uitdagingen, terwijl anderen behoefte hebben aan overzicht en voorspelbaarheid.
Dat betekent niet dat iedere leerling een volledig eigen aanpak nodig heeft. Maar het helpt wel als je als docent verschillende manieren kent om motivatie te versterken. Dat je je eigen voorkeuren kent en valkuilen (her)kent. Zodat je een breed repertoire ontwikkelt en ook je eigen motivatiekracht versterkt.
In mijn werk gebruik ik daarom een motivatiestijlentest. Die helpt docenten hun voorkeuren en sterke kanten te ontdekken en versterken als het gaat om het motiveren van leerlingen.
Vraag leerlingen eens wat hen helpt om aan een moeilijke opdracht te beginnen. Hun antwoorden kunnen verrassend verschillend zijn.
Wat kun je morgen al doen om leerlingen te motiveren?
Je hoeft niet je hele onderwijs om te gooien om motiverender les te geven. Begin met kleine veranderingen in je dagelijkse praktijk.
Vijf eerste richtingen:
Maak de start gemakkelijk
Zorg voor een korte, haalbare en aantrekkelijke eerste opdracht.
Bied structuur
Maak expliciet duidelijk wat je precies verwacht, waarom dat belangrijk is en wanneer het goed genoeg is.
Zorg voor succeservaringen
Geef opdrachten die uitdagend zijn, maar met de juiste ondersteuning haalbaar. Maak voortgang zichtbaar.
Geef betekenis
Help leerlingen begrijpen waarom iets de moeite waard is, ook als het niet direct leuk is. help ze ook hun eigen betekenis te geven.
Zie en hoor je leerlingen
Laat merken dat je leerlingen ziet, serieus neemt en vertrouwen in hen hebt. Een goede leraar-leerling relatie is de basis, en je kunt er altijd op terugvallen als het lastig is.
En misschien wel de belangrijkste tip: verwacht niet dat iedere leerling altijd gemotiveerd is.
Motivatie schommelt. Dat is normaal. Goed onderwijs helpt leerlingen ook op momenten dat de motivatie ontbreekt.
Motiverend onderwijs begint bij gemotiveerde docenten
De belangrijkste factor ben je zelf.
Want hoe motiveer je leerlingen als je zelf nauwelijks energie over hebt? Als je voortdurend achter leerlingen aan moet zitten? Of als je het gevoel hebt dat je inspanningen weinig opleveren?
Motiverend onderwijs vraagt niet alleen om kennis van motivatie. Het vraagt ook om docenten die zich bekwaam, gesteund en betrokken voelen.
Daarom kijk ik in mijn lezingen en trainingen niet alleen naar de leerlingen. We onderzoeken ook welke overtuigingen docenten hebben over motivatie, hoe die hun handelen beïnvloeden en waar ze zelf nieuwe mogelijkheden zien.
Meestal zit de grootste verandering niet in een nieuwe werkvorm, maar in een andere manier van kijken.
Lees ook
Meer lezen over aanverwante onderwerpen:
Samen werken aan meer motivatie in het onderwijs
Wil je met jouw team onderzoeken hoe je de motivatie van leerlingen kunt versterken?
Ik verzorg lezingen, workshops en trainingen over motivatie en motiverend onderwijs voor scholen in het voortgezet onderwijs en mbo.
Daarbij combineer ik wetenschappelijke inzichten met herkenbare situaties uit de onderwijspraktijk, actieve werkvormen en praktische handvatten.
Ik houd ervan om vertrouwde overtuigingen ter discussie te stellen. Niet om docenten te vertellen wat ze verkeerd doen, maar om nieuwe mogelijkheden zichtbaar te maken.
Met diepgang waar het nodig is, humor waar het kan en altijd oog voor de mensen die het onderwijs iedere dag vormgeven.
Mijn boek Niks mis met extrinsieke motivatie! vormt een belangrijke basis voor dit werk.
Wil je een inspirerende lezing, een interactieve workshop of een studiedag over motivatie organiseren?
Bekijk mijn aanbod of neem contact met me op. Ik denk graag mee over een bijeenkomst die aansluit bij de vragen en uitdagingen van jouw school.